Een persoonlijke overdenking over fotografie, of “wat is er nu echt belangrijk?”

14-08-2019

Inleiding

Wat een vergelijking had moeten worden tussen twee camera’s is uiteindelijk iets heel anders geworden. Dit keer geen nieuwe foto’s of een review van de nieuwste spullen. Ik wil met jullie een aantal gedachten delen over fotografie. Ik fotografeer nu een jaar of tien en het wordt tijd om stil te staan bij wat de belangrijkste lessen zijn die ik de afgelopen jaren geleerd heb. Natuurlijk heb ik, zoals alle andere fotografen, geleerd hoe de belichtingsdriehoek werkt, hoe je foto’s interessanter kunt maken met mooie composities en welke objectieven werken voor elke vorm van fotografie en welke minder. Met andere woorden, ik heb uiteraard geleerd welk stuk gereedschap ik voor een klus moet gebruiken en hoe ik dat stuk gereedschap dan moet gebruiken om tot een mooi resultaat te komen. Maar dat definieert niet wie ik als fotograaf ben.

Ook het inzicht in camera’s en de technische aspecten van deze stukken gereedschap zijn mij in de loop der jaren duidelijk(er) geworden en dan met name de zin en de onzin van bepaalde ontwikkelingen. Je hoort het vaak: “Het maakt niet uit welke camera je gebruikt” of “Gear does not matter” (uitrusting doet er niet toe) evenals “geef een fotograaf een smartphone en er komen mooie foto’s uit, geef een leek een Hasseblad (30.000 euro voor die mensen die dat niet weten) en de foto’s blijven slecht”. Maar vraag jezelf dan eens af waarom fotografen bijna altijd met dure camera’s rondlopen en wat er zou gebeuren als je de fotograaf de Hasselblad zou geven en de leek de smartphone. Natuurlijk doet het er wel toe wat voor gereedschap je gebruikt en is het belangrijk hoe je daar mee kunt werken, maar er zitten grenzen aan wat nuttig is en wat makkelijk is. Het zogenaamde “need to have” en “nice to have”. Veel belangrijker is WAT de fotograaf fotografeert en HOE hij dit fotografeert. De camera moet het gereedschap zijn om het WAT en HOE te faciliteren. Doet de camera dat niet, zullen de foto’s nooit worden wat ze kunnen zijn. Van een dure camera word je ook niet creatiever. Ook met een hele goede camera kan het creatieve proces in het slob raken.

Nu ik er zo over nadenk zijn er voor mij dus drie belangrijke thema’s te onderscheiden: de zin en onzin van technologische vooruitgang, het vinden van je eigen stijl en als laatste, het omgaan met creatieve blokkades.

De zin en onzin van technologische vooruitgang

Dat de vooruitgang van de technologie niet meer is te stoppen, dat mag duidelijk zijn. Mijn eerste camera had (in 2009 al een oud beestje) 10 megapixels. Sony heeft net aangekondigd dat er een a7RIV komt met 61 megapixels en er bestaan ook al midden formaat camera’s met meer dan 100 megapixels. Ook op het gebied van bruikbaar ISO-bereik is een hoop veranderd. Ging de Canon EOS 5D mark II (20 megapixels) op ISO1600 al op zijn knieën, kan ik nu met mijn Nikon Z6 (24,5 Megapixels) op ISO 12.800 prima bruikbare platen schieten. Moderne autofocus systemen hebben honderden (sommige zelfs duizenden) autofocuspunten, tracking mogelijkheden en, de recente hype, EYE AF. Maar meer megapixels zijn lang niet altijd nuttig, zeker niet als je je 14-bit RAW file omzet naar een 8-bit JPEG (kwaliteitsverlies) en deze vervolgens gebruikt voor Facebook of Instagram waar verdere compressie plaats vindt, dergelijke hoge ISO-waarden lang niet altijd zinvol en moderne AF systemen niet altijd nodig. Het zijn vaak mogelijkheden die “nice to have” zijn, maar geen “must have” en vaak hun doel enigszins voorbijschieten en de fotografie ontdoen van de “ambacht”.

Een consument wordt tegenwoordig gek gemaakt met technisch geschreeuw van fabrikanten over autofocus systemen, megapixels en ISO-bereik, maar de vraag is: waar houdt het op? En als ik deze vraag stel, dan is dat niet zozeer op het gebied van de ontwikkeling van de technologie (want dat houdt niet op) maar meer waar het ophoudt voor mij. Wanneer zijn mijn behoeften als fotograaf voldoende vervuld zodat het voor mij niet langer noodzakelijk is verder te gaan? Ik heb het gevoel dat die tijd voor mij zo langzamerhand is aangebroken. Begrijp mij niet verkeerd, ik houd van technologie en ben gek op gadgets, maar het moet wel nuttig blijven en echt iets toevoegen aan fotografie als medium zoals de fotograaf dat gebruikt. Heb je dergelijke hoge resolutie echt nodig? Ga je écht gebruik maken van EYE AF als je landschappen fotografeert?

Scrollend door mijn foto’s van de afgelopen tien jaar als bevlogen hobbyfotograaf, ben ik tot de conclusie gekomen dat er zeker wel grenzen zitten aan wat je aan technologie nodig hebt, zeker wanneer je de technische kant van de fotografie ook erg leuk vindt, zoals ik. Een aantal van mijn mooiste foto’s zijn met een Canon EOS 5D mark II geschoten. Deze camera had 9 autofocuspunten, enkel contrast-AF en daarmee “traag”, kon niet goed omgaan met hoge ISO-waarden, had “slechts 20 megapixels” en een “waardeloos dynamisch bereik”. Anno Augustus 2019 begint de prosumer al te steigeren, aangewakkerd door de verzuilde informatie op sociale media, als er een nieuwe camera aangekondigd wordt met “slechts” 290 AF punten in plaats van 500 en zou vrijwel niemand zich meer kunnen voorstellen om een “minder goede” oude camera aan te schaffen. Ik ga hier en nu de beginnende fotografen aanmoedigen om dat laatste juist te doen, zeker als je ook graag technisch bezig bent. Gemak dient de mens (de meeste technologische ontwikkelingen zijn er om het gebrek aan vaardigheden te ondervangen) maar komt het leerproces zelden ten goede. Oude camera’s zijn ook stukken goedkoper en prima om “het vak” mee te leren. Uiteraard zijn er ook mensen die dan zeggen dat je, deze logica volgend, met analoge fotografie moet beginnen, maar zo ver wil ik niet gaan.

Echter, er is een reden dat oude technologie een comeback maakt. Zo zijn er steeds meer fotografen die weer teruggrijpen op film, net zo goed dat er steeds weer meer vinyl wordt verkocht. Dat heeft enerzijds te maken met nostalgie, maar ook met rust. Rust in het compositioneren (is dat een woord?) van je foto’s. Rust in het zoeken naar het juiste standpunt. Met andere woorden, de rust in het (leren) kijken en het bepalen. Rust in het ter plekke uitwerken van de technische details en de kick die je krijgt als het dan toch gelukt is. Hoe anders gaat dat zijn, als straks de AI het van ons over neemt. Als de camera uiteindelijk beslist welke belichting je wilt, wat je scherp wilt hebben en je wellicht zelfs hints geeft over wat je beter kan doen in je foto’s. De fotografie zal dan zijn authenticiteit en daarmee zijn waarde verliezen.

A.A.S. (Apparatuur Aanschaf Syndroom) is een werkelijk fenomeen, waarbij de camera industrie, met behulp van reclames en sociale media, de onzekerheid van de (amateur)fotograaf aanspreekt om nieuwe apparatuur te kopen omdat deze betere foto’s zou maken. Natuurlijk zitten er voordelen aan nieuwe apparatuur (daarover later meer), maar dat betekent niet dat je huidige of oudere apparatuur geen mooie foto’s (meer) kan maken. Als ik een euro zou krijgen voor elke keer dat ik iemand heb horen zeggen: “Die nieuwe camera is beter, want die heeft meer megapixels”, had ik nu ongeveer wel met pensioen gekund. Mijn nekharen staan ook altijd steevast overeind als ik iemand hoor zeggen “die camera is beter want de autofocus is sneller”. Dat is (vaak) een Porsche vergelijken met een Ferrari: de ene gaat 320 km/h, de ander 316 km/h, verwaarloosbare verschillen als je bedenkt dat je vaak niet harder dan 130 km/h rijdt. Mijn advies: laat je niet gek maken door megapixels (meer dan 20 is echt niet nodig als je niet groot print), native ISO en dynamisch bereik. Ik ken zelfs fotografen die hierdoor gestopt zijn. Zoek een camera die bij je past en gebruik deze totdat deze stuk is, of totdat je werkelijk tegen technologische grenzen aanloopt (en dat is veel minder snel dan dat je zou verwachten).

Het vinden van je eigen stijl

Misschien wel het moeilijkste en meest tijdrovende proces van fotografie is het vinden van je eigen stijl. Met eigen stijl bedoel ik niet zo zeer de presets die je gebruikt in Lightroom of de filters van Instagram (al leveren die zeker een bijdrage), maar voornamelijk: WAT vind ik leuk om te fotograferen en HOE fotografeer ik dat of wil ik dat fotograferen? Als we kijken naar WAT je leuk vind om te fotograferen heb ik het over bijvoorbeeld landschappen, portretten, straatbeelden, architectuur etc. Maar hoe kom je daar achter? Er is een reden dat camerafabrikanten vaak een kit-lens bij een camera leveren met een bereik van 18-55mm. Hiermee kan je een groot deel van de fotografische disciplines in meer of mindere maten uitproberen. Gebruik bijvoorbeeld 18mm voor landschappen, 35mm voor straatfotografie en 55mm portretten.

Als je er uiteindelijk achter bent WAT je wilt fotograferen, kan je ook veel gerichter investeren in apparatuur en zoeken naar de informatie die jij nodig hebt om in de door jou gekozen vorm van fotografie te groeien. Je hoeft uiteraard geen keuze te maken voor 1 vorm, je kan in principe van alles een beetje doen, maar vaak heb je als mens en zeker als fotograaf wel een bepaalde voorkeur. Als je die voorkeur hebt gevonden, kan je ook veel gerichter gaan groeien. Ik ben zelf begonnen met landschappen, zoals vele fotografen, omdat ik gefascineerd was door het strijklicht van de zonsondergang en de schitterende kleuren die daar mee gepaard gaan. Als ik informatie opzocht op internet of tijdschriften kocht, ging dat vrijwel altijd over landschapsfotografie. Echter, gaandeweg heb ik ontdekt dat ik, naast landschapsfotografie, een voorkeur voor portretfotografie heb. Als ik nu op zoek ga naar informatie over de stijlen fotografie die ik het leukst vind om te doen (want uiteindelijk gaat het om wat je leuk vindt), kan ik dus veel gerichter zoeken en daar van leren. Een cursus doen kan uitkomst bieden, maar realiseer je dat je dan subjectieve informatie krijgt. Fotograaf X vind dat je portretten zo moet doen, fotograaf Y is het daar niet mee eens. Zij ventileren hun stijl die jij kan gebruiken, maar alleen als basis voor je eigen stijl.

Als we het hebben over HOE je je foto’s maakt, of wil maken, binnen de stijl die je prefereert, praten we over een ingewikkeld en tijdrovend proces. Wil ik mij als portretfotograaf profileren als iemand die traditionele “headshots” maakt, iemand die stoere full body portretten schiet of juist sensuele, schiet ik in kleur of in zwart-wit? Wil ik dat de huid van mijn modellen in volle glorie te zien is, dat wil zeggen elke moedervlek, mee-eter en pukkel, of ga ik juist voor de egale zachte huid of avant-garde make-up? Maak ik gebruik van weinig of veel scherptediepte om zo wel of geen context aan mijn portretten te geven? Het zijn allemaal vragen waar je gaandeweg en door veel te experimenteren antwoord op moet proberen te vinden om zo jouw eigen stijl te ontwikkelen. Wat ik belangrijk vind voor een eigen stijl is consistentie, waarmee je een herkenbare manier van fotograferen ontwikkelt.

De apparatuur die het meest bruikbaar is voor bepaalde disciplines van fotografie verschilt ook. Zo zal een landschapsfotograaf vaak liever een full frame camera met een hoge resolutie en een groothoekobjectief willen gebruiken terwijl een portretfotograaf een licht teleobjectief gebruikt en wellicht aankan met minder resolutie. Om bovengenoemd voorbeeld aan te halen: als je portretten met weinig scherptediepte wilt maken, zul je dus moeten investeren in objectieven die daar geschikt voor zijn (lichtsterke objectieven en vaak dus duurder).

Het belangrijkste van jouw eigen stijl is dat je doet wat jij mooi vindt. Er is altijd publiek te vinden dat het met je eens is en publiek dat jouw werk haat. Dat publiek heeft, net als de fotograaf, een bepaalde voorkeur. Fotografeer voor jezelf, vind jouw stijl en sta daarachter, hoeveel commentaar (positief of negatief) je ook van anderen krijgt. Wees ook niet bang om af en toe iets nieuws te proberen, zolang jij het maar mooi vindt. Iemand die enkel zonsondergangen schiet op 24mm heeft al snel een eentonig portfolio waar de kijker niet lang door geboeid blijft, maar zorg wel voor  consistentie.

Creatieve blokkades

Elk creatief persoon krijgt te maken met creatieve blokkades, zo ook de fotograaf. Creativiteit is ook geen onuitputtelijke bron. Misschien herken je het wel: je hebt geen zin om er op uit te gaan, je weet niet wat je wilt fotograferen, het lukt niet om de foto’s te maken zoals je die graag zou willen waardoor je gedemotiveerd wordt en/of je hebt het gevoel dat alles al een keer gefotografeerd is. Allemaal signalen dat de creatieve stroom is opgedroogd. In het Engels spreken ze niet voor niets van “creative juices”. De eerste stap om hier uit te komen is om je te realiseren dat dit normaal is. Iedere fotograaf heeft hier mee te kampen. Ook ik heb de afgelopen 10 jaar niet non-stop gefotografeerd. Soms heeft mijn camera wel een aantal maanden in de kast gelegen, bijvoorbeeld in een periode waarop ik het druk had op mijn dagelijkse werk, of waarin ik niet lekker in mijn vel zat. Maar uiteindelijk komt die creatieve flow vanzelf weer. Ik zal een aantal tips geven om dat proces mogelijk te versnellen.

De eerste tip is de simpelste: ga naar buiten. Ga gewoon wandelen in een gebied dat je goed kent (of niet) en haal je camera uit de tas (dat is vaak al te veel werk bij een creatieve blokkade). Verzamel de energie om de camera daadwerkelijk aan je oog te zetten en kijk. Kijk en beleef. Het strand tijdens zonsondergang is altijd een welkom onderwerp om te fotograferen en elke dag anders. Het zand ligt anders, de mensen zijn anders, de golven zijn anders, de schelpen zijn anders etc. Kijk en schiet, ook al heb je het al honderd keer geschoten. Ga naar het bos, de grote stad, een mooi drassig natuurgebied. Als je eenmaal bezig bent met het nemen van foto’s, ga je ook weer anders kijken en voor je het weet heb je een aantal bekende platen vanuit een ander standpunt waardoor ze toch heel interessant zijn.

De tweede tip is ook niet moeilijk: zoek voorbeeldfoto’s en probeer deze na te maken. Als je het écht niet meer weet, plan dan een trip naar bijvoorbeeld een natuurgebied (bijvoorbeeld de Amsterdamse Waterleidingduinen) en zoek van tevoren op internet op wat voor foto’s daar zoal te maken zijn. Websites zoals Flickr zijn daar uitermate geschikt voor omdat je daar ook op groepen (zogenaamde groups) kunt zoeken. Er is bijvoorbeeld een groep voor de Amsterdamse Waterleidingduinen waar enkel foto’s in staan die daar gemaakt zijn. Zoek een paar foto’s uit die jij mooi vindt, ga er heen en probeer ten eerste uit te vinden op welke plek ze gemaakt zijn en ten tweede of je ze na kunt maken. Heb je eenmaal de foto nagemaakt, probeer dan eens een andere invalshoek of een ander perspectief te gebruiken om zo je creativiteit weer op te wekken. Ook apps zoals Gurushots, waar gewerkt wordt met thema’s, kunnen een bron van inspiratie zijn

De derde tip: zoek de creativiteit niet in de fotografie maar ergens anders. Lees een boek, kijk een film en luister naar mooie muziek. Soms zit er een scene in een film die je grijpt, die je indrukwekkend vindt. Waarom is dat zo? Wat grijpt je dan zo? Kan je daar misschien een foto(serie) van maken? Door op deze manier te kijken naar beeld, kan je zelf ook weer ideeën op doen (schrijf ze wel op 😊). Ook muziek kan hierbij helpen. Zo heb ik ooit een hele fotoserie bedacht (maar helaas nog niet gemaakt) op basis van het nummer “Live Circus” van Tom Waits. Ik had ideeën voor misschien wel 20 foto’s, met in mijn hoofd precies welke kostuums ik nodig had, welke belichting en welke sfeer de foto’s zouden krijgen.

De vierde tip: ga met elkaar op pad/fotografeer samen. Zoek een foto maatje (daar is sociale media wel handig voor) en ga er op uit (zie tip 1). Elke fotograaf ziet de wereld anders en daar kan je veel van leren, naast dat het vaak ook gewoon gezelliger is om met zijn tweeën te gaan. Ken je elkaar wat beter? Daag elkaar dan uit door om de beurt een thema te bedenken en daarbinnen foto’s te maken.

De laatste tip: Koop een nieuw objectief, die totaal anders is dan de objectieven die je al hebt. Soms kan het heel inspirerend werken om een ander stuk glas op je camera te zetten, waardoor je de wereld weer anders gaat zien. Fotografie begint nog altijd met leren kijken.

Hopelijk hebben jullie iets gehad aan mijn relaas over de drie thema’s die ik als belangrijk heb ondervonden in de afgelopen 10 jaar die ik gespendeerd heb als bevlogen hobby fotograaf. Als er vragen/opmerkingen zijn dan hoor ik dat graag! Voor mijn foto’s kan je op de website (www.photojitsu.art) en op Facebook en Instagram terecht. Wil je gewoon mailen, dan kan dat op info@photojitsu.art. Tot snel!


Powered by SmugMug Owner Log In